Van links naar rechts: Klaas Schenk (LTO Noord), Fleur Maartje Bakker (HAJK), Bas Rüter (Landschap Noord-Holland), Jelle Beemsterboer (gedeputeerde Landbouw), René van der Aarde (Bio NH), Anouk Gielen (gedeputeerde Natuur), Sijas Akkerman (Natuur en Milieufederatie), Nick de Snoo (Staatsbosbeheer), Frank de Wit (BoerenNatuur), Sjakel van Wesemael (PWN)
HAARLEM – De provincie Noord-Holland gaat samen met landbouw- en natuurorganisaties concrete plannen uitwerken om de stikstofuitstoot terug te dringen en kwetsbare natuurgebieden te herstellen. De samenwerking moet niet alleen leiden tot gezondere natuur, maar ook boeren toekomstperspectief bieden en de vastgelopen vergunningverlening weer op gang brengen. Het streven is om in februari 2027 een uitvoeringsprogramma vast te stellen.
De provincie heeft hierover afspraken gemaakt met negen betrokken organisaties en partijen. Samen willen zij per natuurgebied bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn om de natuur duurzaam te herstellen en tegelijkertijd economische ontwikkelingen weer mogelijk te maken.
Twaalf kwetsbare natuurgebieden
Noord-Holland telt twaalf Natura 2000-gebieden die gevoelig zijn voor stikstof. Het gaat om zes duingebieden en zes veenweidegebieden. Voor ieder gebied wordt een afzonderlijk pakket maatregelen opgesteld, afgestemd op de specifieke omstandigheden en problemen.
Daarbij wordt nadrukkelijk verder gekeken dan alleen het verminderen van stikstofneerslag. Ook de waterhuishouding, waterkwaliteit, het beheer van natuurgebieden, recreatie en ecologische verbindingen krijgen aandacht.
In sommige gevallen zullen maatregelen buiten de beschermde natuurgebieden nodig zijn. Een aanpassing van het waterpeil in omliggende landbouwgebieden kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om de natuur binnen een Natura 2000-gebied te herstellen.
Het uitgangspunt is dat alle maatregelen samen voldoende moeten bijdragen aan het natuurherstel om juridisch houdbare vergunningverlening weer mogelijk te maken.
Boeren en natuurorganisaties aan één tafel
Aan de samenwerking doen Landschap Noord-Holland, Staatsbosbeheer, PWN, LTO Noord, BoerenNatuur Noord-Holland, de Natuur en Milieufederatie Noord-Holland, Bio NH, het Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt (HAJK) en de provincie Noord-Holland mee.
De partijen werken aan een uitvoeringsprogramma waarin wordt vastgelegd welke maatregelen worden genomen, hoeveel geld daarvoor nodig is en wie verantwoordelijk wordt voor de uitvoering.
Ook komen er afspraken over monitoring. Daarmee wordt gecontroleerd of de genomen maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan natuurherstel en stikstofvermindering. Wanneer resultaten achterblijven, moet de aanpak kunnen worden aangepast.
Vergunningverlening weer op gang brengen
Een belangrijk doel van de samenwerking is het herstellen van de mogelijkheden om vergunningen te verlenen. Door de stikstofproblematiek liggen verschillende ontwikkelingen in Nederland stil of ondervinden zij ernstige vertraging.
Dat raakt onder meer de landbouw, woningbouw, infrastructuur en andere economische activiteiten. De provincie wil met een juridisch houdbare aanpak voorkomen dat de vergunningverlening langdurig geblokkeerd blijft.
Frank de Wit, voorzitter van BoerenNatuur Noord-Holland, benadrukt dat ook de positie van boeren centraal moet staan.
„Het hoogste doel van onze aanpak is vergunningverlening weer op gang brengen en de PAS-melders legaliseren. Daarvoor moet juridisch de natuur duurzaam op orde. Dit kan wat ons betreft alleen met een gebiedsgerichte aanpak met alle betrokken partijen. Hierdoor komt er een realistisch plan met perspectief voor de boeren.”
Voor agrarische ondernemers is vooral duidelijkheid over toekomstige bedrijfsvoering van belang. De gezamenlijke plannen moeten inzicht geven in wat binnen de verschillende gebieden nog mogelijk is en welke veranderingen noodzakelijk zijn.
Natuurorganisaties willen snel resultaat
Ook de natuur- en milieuorganisaties ondersteunen de gezamenlijke aanpak. Volgens Bas Rüter, directeur van Landschap Noord-Holland, is het positief dat de provincie samen met boeren en natuurbeheerders verantwoordelijkheid neemt.
„We vinden het positief dat de provincie een stap naar voren doet en samen met natuur- en boerenorganisaties de natuur in Noord-Holland gezond wil maken en de stikstofuitstoot wil verminderen.”
Rüter benadrukt dat snelheid en ambitie noodzakelijk zijn om de landelijke doelstellingen voor natuurherstel en stikstofvermindering te behalen.
Overleg met het Rijk over maatregelen
De plannen van Noord-Holland sluiten aan bij maatregelen die het Rijk voor de zomer van 2026 bekendmaakte. De landelijke overheid wil de stikstofuitstoot verminderen, natuurherstel waarborgen en vergunningverlening opnieuw mogelijk maken.
Een onderdeel van de landelijke aanpak is het instellen van zones rondom Natura 2000-gebieden. Binnen deze zones kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn om kwetsbare natuur te beschermen.
Het Rijk biedt provincies ruimte om mee te denken over de precieze invulling van deze zones en andere maatregelen. Noord-Holland wil de afspraken met landbouw- en natuurorganisaties gebruiken als onderbouwing voor gesprekken met de landelijke overheid.
Daarbij gaat het niet alleen om de inhoud van de maatregelen, maar ook om de financiering en de praktische uitvoering.
Gedeputeerden benadrukken samenwerking
Gedeputeerden Jelle Beemsterboer (Landbouw) en Anouk Gielen (Natuur) spreken hun waardering uit voor de bereidheid van boerenorganisaties en natuurbeheerders om gezamenlijk aan oplossingen te blijven werken.
Volgens beide bestuurders is samenwerking noodzakelijk om per gebied tot uitvoerbare maatregelen te komen. „We hebben elkaar nodig en dat willen we ook aan het Rijk laten zien.”
De provincie wil met de aanpak laten zien dat natuurherstel en toekomstperspectief voor de landbouw niet los van elkaar hoeven te staan. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met andere maatschappelijke opgaven, waaronder woningbouw en bereikbaarheid.
Uitvoeringsprogramma in februari 2027
De provincie en de betrokken organisaties streven ernaar het uitvoeringsprogramma in februari 2027 gereed te hebben. Daarin moet duidelijk worden welke maatregelen per Natura 2000-gebied noodzakelijk zijn, wat deze kosten en welke partijen verantwoordelijk worden voor de uitvoering.
Het programma vormt vervolgens de basis voor verdere besluitvorming en onderhandelingen met het Rijk over financiering en uitvoering.
Of en wanneer de vergunningverlening daadwerkelijk kan worden hervat, hangt onder meer af van de juridische houdbaarheid en de resultaten van de maatregelen. De provincie wil uiteindelijk bereiken dat stikstof geen belemmering meer vormt voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, mobiliteit en ondernemerschap.
Daarmee moet de gezamenlijke aanpak zowel bijdragen aan het herstel van kwetsbare natuur als aan nieuwe mogelijkheden voor inwoners, ondernemers en agrarische bedrijven in Noord-Holland.

