HOORN – De gemeente Hoorn krijgt vragen over de mondzorg voor kinderen en de manier waarop jonge kinderen naar een tandarts of andere mondzorgverlener worden geleid. Patricia Slijger wil onder meer weten hoeveel Hoornse kinderen daadwerkelijk naar de tandarts gaan, welke drempels daarbij bestaan en welk effect preventieve initiatieven zoals De Poetsbus hebben.
De vragen zijn op 5 oktober aan het college van burgemeester en wethouders gesteld. Slijger vraagt het college of via GGD Hollands Noorden of andere bronnen cijfers beschikbaar zijn over het tandartsbezoek van kinderen in Hoorn. Daarbij wordt gevraagd om de meest recente gegevens, indien mogelijk uitgesplitst naar leeftijd en wijk.
Eerste tandje als startpunt
Een belangrijk onderdeel van de vragen is de landelijke JGZ-richtlijn Mondzorg 2025. Daarin wordt geadviseerd kinderen vanaf het doorbreken van het eerste tandje toe te leiden naar een mondzorgverlener.
Slijger wil weten hoe deze richtlijn in Hoorn wordt uitgevoerd. Ook vraagt zij of de jeugdgezondheidszorg tijdens een volgend contactmoment controleert of ouders daadwerkelijk met hun kind naar een tandarts of andere mondzorgverlener zijn gegaan nadat zij daarover advies hebben gekregen.
Wanneer blijkt dat dit niet is gebeurd, wil Slijger weten welke mogelijkheden worden ingezet. Zij noemt onder meer opnieuw adviseren, ouders helpen bij het vinden van een praktijk, een zogenoemde warme toeleiding en de mogelijke inzet van een mondzorgcoach.
Waarom gaan kinderen niet naar tandarts?
Daarnaast wordt het college gevraagd of bekend is waarom sommige kinderen in Hoorn niet of pas op latere leeftijd bij een mondzorgverlener terechtkomen.
Het gaat daarbij om mogelijke belemmeringen voor ouders en kinderen. Uit de vragen blijkt niet welke oorzaken in Hoorn daadwerkelijk een rol spelen. Slijger vraagt het college juist om inzicht te geven in de beschikbare informatie hierover.
Ook moet duidelijk worden welke activiteiten de jeugdgezondheidszorg en GGD momenteel uitvoeren of ondersteunen om problemen met het gebit van kinderen te voorkomen. Daarbij gaat het specifiek om activiteiten die verder gaan dan algemene voorlichting over tandenpoetsen en mondgezondheid.
Bereik van De Poetsbus
Een afzonderlijk deel van de vragen gaat over initiatieven zoals De Poetsbus. Slijger wil weten hoeveel Hoornse kinderen daarmee worden bereikt en vooral of het initiatief terechtkomt bij kinderen die anders niet of pas later reguliere mondzorg zouden krijgen.
Daarmee komt ook de vraag aan de orde hoe de gemeente beoordeelt of de huidige aanpak daadwerkelijk effect heeft.
Slijger vraagt het college op welke manier op dit moment wordt vastgesteld of de inzet op preventieve mondzorg voor kinderen in Hoorn effectief is.
College moet duidelijkheid geven
Met de acht vragen wordt geprobeerd meer zicht te krijgen op zowel het bereik van de reguliere mondzorg als de preventieve aanpak in Hoorn.
Het college wordt onder meer gevraagd naar beschikbare cijfers, de uitvoering van landelijke richtlijnen, de opvolging van adviezen aan ouders en de resultaten van initiatieven die kinderen vroegtijdig met mondzorg in aanraking moeten brengen.

