Het gemeentehuis in Hoorn
HOORN – De gemeente Hoorn heeft een ernstige procedurefout gemaakt bij de vergunningverlening voor woonzorgcomplex Bloesem aan de Guldenhof 1 tot en met 19. Een tijdig ingediende zienswijze van een naastgelegen sierbestratingsbedrijf werd door een interne menselijke fout niet behandeld. Daardoor kreeg de gemeenteraad de bezwaren niet voorgelegd, terwijl dat uitdrukkelijk was afgesproken. De vergunning voor achttien zorgappartementen werd desondanks verleend. Inmiddels ligt de kwestie bij de rechter.
Dat blijkt uit een raadsbrief van het college van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2026. Daarin erkent het gemeentebestuur dat de procedure niet correct is verlopen en dat de gemeenteraad onvoldoende is geïnformeerd.
Bezwaarschrift verdween binnen gemeentelijke organisatie
Woningstichting Het Grootslag diende op 30 december 2023 een aanvraag in voor de bouw van achttien zorgappartementen op de locatie Guldenhof 1 tot en met 19.
De gemeenteraad stemde op 10 december 2024 in met een ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Daarbij werd nadrukkelijk bepaald dat de raad opnieuw betrokken moest worden wanneer tijdens de inzagetermijn een zienswijze zou worden ingediend.
De ontwerpvergunning lag van 31 oktober tot en met 11 december 2025 ter inzage. BBH Sierbestrating, gevestigd aan de Lageweg 18B, diende op 4 december een uitgebreide zienswijze in.
Die reactie bereikte echter nooit de verantwoordelijke gemeentelijke afdeling. Omdat de gemeente ervan uitging dat er geen zienswijzen waren ontvangen, werd de definitieve vergunning op 22 januari 2026 gepubliceerd.
Pas op 17 maart 2026, toen het bedrijf informeerde naar de behandeling van zijn bezwaren, ontdekte de gemeente de fout.
Bedrijf vreest beperkingen door nieuwe bewoners
De belangrijkste bezwaren van BBH Sierbestrating hebben betrekking op mogelijke beperkingen van de bestaande bedrijfsvoering.
Het bedrijf vreest dat toekomstige bewoners van het zorgcomplex klachten zullen indienen over geluid afkomstig van werkzaamheden, machines en transportbewegingen.
Volgens het bedrijf houden de uitgevoerde akoestische onderzoeken onvoldoende rekening met de dagelijkse praktijk. Daarbij worden onder meer piekgeluiden, wisselende werkzaamheden en seizoensgebonden activiteiten genoemd.
Ook betwijfelt BBH of de gekozen locatie geschikt is voor bewoners die mogelijk extra gevoelig zijn voor omgevingsprikkels.
Daarnaast plaatst het bedrijf vraagtekens bij de brandveiligheid, de parkeerdruk, de gevolgde participatieprocedure en de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan.
Gemeente wijst op geluidsmuur van vier meter
Het college bestrijdt dat de komst van het zorgcomplex gevolgen hoeft te hebben voor de bedrijfsvoering van BBH.
Volgens de gemeente tonen verschillende akoestische onderzoeken aan dat het project aan de wettelijke geluidsnormen kan voldoen.
Daarvoor wordt onder meer een vier meter hoge geluidsmuur aangebracht. Ook worden delen van het gebouw uitgevoerd met zogenoemde dove gevels, waarin geen rechtstreeks te openen ramen naar geluidgevoelige ruimten aanwezig zijn.
De gemeente stelt dat deze voorzieningen voldoende bescherming bieden tegen geluid afkomstig van het nabijgelegen bedrijf.
Voor het wegverkeerslawaai vanaf de Provincialeweg is een hogere geluidswaarde vastgesteld. Volgens de gemeentelijke stukken bedraagt de berekende maximale geluidsbelasting na aanpassing van het geluidsscherm 51 decibel, terwijl de oorspronkelijke voorkeursgrenswaarde 48 decibel bedraagt.
Het college benadrukt dat de onderzoeken zijn beoordeeld door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
Eerdere negatieve adviezen zorgen voor discussie
Opvallend is dat BBH ook verwijst naar interne gemeentelijke correspondentie die het bedrijf via een Woo-verzoek heeft verkregen.
Daaruit zou volgens het bedrijf blijken dat tijdens de voorbereiding nog negatieve adviezen van stedenbouwkundige deskundigen en de omgevingsdienst openstonden.
BBH stelt daarom vraagtekens bij de zorgvuldigheid waarmee het gemeentebestuur tot zijn besluit is gekomen.
De gemeente weerspreekt die conclusie. Volgens het college hadden de negatieve opmerkingen betrekking op eerdere versies van het bouwplan. Het definitieve ontwerp en de bijbehorende onderzoeken zouden wel aan de gestelde eisen voldoen.
Ook stelt de gemeente dat het ontbreken van bepaalde documenten in een intern vergunningsdossier niet betekent dat het college en de gemeenteraad onvoldoende informatie hadden bij hun eerdere besluitvorming.
Zorgappartementen voor mensen met intensieve zorgvraag
De achttien appartementen zijn bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen en gedurende de dag intensieve begeleiding nodig hebben.
Het gaat volgens de gemeente voornamelijk om ouderen met niet-aangeboren hersenletsel en mensen met een lichamelijke, verstandelijke of emotionele beperking.
Het woonzorggebouw krijgt onder meer een gezamenlijke huiskamer en een beschutte binnentuin.
De gemeente verwacht dat de bewoners voornamelijk binnen verblijven en alleen onder begeleiding het complex verlaten.
Ook de parkeersituatie is volgens het college onderzocht. Voor het project zijn elf parkeerplaatsen nodig. Daarvan worden er negen op eigen terrein gerealiseerd en twee langs de Reaal.
Overleg levert geen definitieve oplossing op
Op 26 mei 2026 vond overleg plaats tussen BBH Sierbestrating, de vergunninghouder, de toekomstige huurder van het zorgcomplex en de gemeente.
Tijdens dat gesprek werd gezocht naar afspraken waarmee toekomstige conflicten over geluidsoverlast zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.
De toekomstige huurder verklaarde bereid te zijn aanvullende informatie te verstrekken over de doelgroep en te onderzoeken of afspraken mogelijk zijn over de behandeling van eventuele klachten.
Het bedrijf besloot zijn zienswijze echter niet in te trekken en bleef aandringen op een inhoudelijke gemeentelijke reactie.
Die reactie is inmiddels alsnog opgesteld. Het college wijst de bezwaren inhoudelijk af en stelt dat het bouwplan binnen de wettelijke kaders past.
Rechter moet beslissen over vergunning
BBH heeft begin september 2026 beroep ingesteld tegen de verleende omgevingsvergunning. Daarnaast heeft het bedrijf een voorlopige voorziening gevraagd.
Daarmee is de kwestie bij de rechter terechtgekomen.
De gemeente geeft aan dat zij de eerder gemaakte procedurefout niet zelfstandig kan herstellen door de vergunningverlening opnieuw te doorlopen.
Volgens het college moet daarbij rekening worden gehouden met de rechtszekerheid van Het Grootslag, dat inmiddels over een definitieve vergunning beschikt.
De woningstichting heeft laten weten gebruik te willen maken van de verleende vergunning, maar eerst de uitspraak over de voorlopige voorziening af te wachten.
Wanneer de rechter uitspraak doet, is nog niet bekend.
College erkent fout tegenover gemeenteraad
Het gemeentebestuur erkent dat de zienswijze ten onrechte buiten de besluitvorming is gebleven en dat de raad daardoor niet op het juiste moment werd geïnformeerd.
Dat is opmerkelijk omdat de gemeenteraad juist expliciet had vastgelegd opnieuw betrokken te willen worden wanneer bezwaren tegen het plan zouden binnenkomen.
De gemeente stelt dat de interne werkwijze inmiddels is aangepast om herhaling van dergelijke fouten te voorkomen.
Voorlopig blijft daarmee onzeker wanneer de bouw van het woonzorgcomplex daadwerkelijk kan doorgaan.
De rechter zal moeten beoordelen welke gevolgen de gemaakte procedurefout heeft voor de verleende vergunning. Daarmee is een administratieve fout binnen het Hoornse gemeentehuis uitgegroeid tot een juridische procedure die bepalend kan worden voor de voortgang van het zorgproject.

