HOORN – Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn houdt vast aan de verhoging van het havengeld voor ligplaatsen van kleine vaartuigen. Volgens het gemeentebestuur is de tariefsverhoging noodzakelijk om de kosten van beheer, administratie en toezicht kostendekkend te maken.
De uitleg volgt op vragen van de fractie Forum voor Democratie over de verhoging van de tarieven voor kleine ligplaatsen in de haven van Hoorn.
Kosten moeten volgens regels worden doorberekend
Het college stelt dat bij de vernieuwde werkwijze voor ligplaatsen kostendekkendheid als uitgangspunt is genomen. Daarbij verwijst de gemeente naar de Wet Markt & Overheid, die voorschrijft dat overheden de kosten van een dienst moeten doorberekenen in de prijs.
In de berekening zijn onder meer kosten opgenomen voor administratie, toezicht door havenmeesters, communicatie met vergunninghouders, QR-codestickers, aanlegvoorzieningen en kapitaallasten voor een kleine havenboot. Kosten voor bestuursrechtelijke handhaving worden volgens de gemeente niet meegenomen in het havengeld.
Geen gefaseerde invoering van hogere tarieven
Een gefaseerde verhoging van de tarieven is volgens het college wel besproken, maar uiteindelijk niet gekozen. De gemeente stelt dat een directe invoering nodig was om te voldoen aan het uitgangspunt van een kostendekkende exploitatie van de haven.
Volgens het college past dit binnen het bredere beleid om de gemeentelijke haven financieel meer kostendekkend te exploiteren.
Weinig weerstand onder vergunninghouders
De gemeente zegt signalen niet te herkennen dat ligplaatshouders verrast zouden zijn door de verhoging. Vergunninghouders ontvingen volgens het college eind augustus 2025 al een brief met informatie over de nieuwe tarieven. In maart 2026 volgde een tweede brief met aanvullende uitleg over de nieuwe vergunningen en werkwijze
Tot nu toe heeft één vergunninghouder één van twee ligplaatsen opgezegd. Die plek werd direct toegewezen aan de eerstvolgende kandidaat op de wachtlijst. Daarnaast zijn vijf bezwaren ingediend tegen de opgelegde havengelden.
Wachtlijst van gemiddeld vier jaar
Het college verwacht niet dat ligplaatsen leeg zullen komen te staan. Volgens de gemeente zijn de plekken in de haven populair en bedraagt de gemiddelde wachtduur ongeveer vier jaar.
Ook ziet het college geen aanleiding voor een overgangsregeling of inkomensafhankelijke korting. Volgens de gemeente kost een ligplaats van vier meter jaarlijks 96,70 euro en een ligplaats van acht meter 193,50 euro. Daarmee zou de gemeentelijke haven van Hoorn aanzienlijk goedkoper zijn dan vergelijkbare havens in de regio.
Voor het college is er daarom geen aanleiding om te concluderen dat varen voor gewone inwoners van Hoorn onbereikbaar wordt door de nieuwe tarieven.

