HOORN – De politieke fractie Hart van Hoorn wil dat de gemeente bij het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen veel nadrukkelijker kijkt naar het daadwerkelijke autobezit en de parkeerbehoefte van inwoners en ondernemers. Aanleiding zijn antwoorden van het college over de uitbreiding van het parkeerterrein bij het stadhuis. Raadslid Menno Jas heeft hierover zeven nieuwe artikel 36-vragen gesteld.
Uit eerdere antwoorden blijkt dat de gemeente bij de tijdelijke opvang van Oekraïense ontheemden in gebouwdeel C van het stadhuis gebruikmaakt van tellingen van het werkelijke autobezit. Hart van Hoorn wil weten waarom deze werkwijze niet nadrukkelijker wordt toegepast bij parkeerproblemen in bestaande woonwijken.
31 parkeerplaatsen bij stadhuis kosten bijna drie ton
Voor de opvanglocatie bij het stadhuis zijn volgens het college 26 extra parkeerplaatsen noodzakelijk. Uiteindelijk worden er 31 aangelegd. Hiervoor moesten zes bomen worden gekapt. De aanleg kost naar verwachting 200.000 euro exclusief btw. Daarnaast is 95.000 euro exclusief btw nodig voor groenwerkzaamheden en compensatie.
Opvallend vindt Hart van Hoorn dat voor deze uitbreiding geen afzonderlijk parkeeronderzoek nodig was. Het college baseerde de parkeerbehoefte op CROW-richtlijnen en tellingen van het daadwerkelijke autobezit bij bestaande opvanglocaties.
Waarom niet dezelfde aanpak in woonwijken?
De fractie vraagt zich af waarom het werkelijke autobezit wel een belangrijke rol kan spelen bij de opvanglocatie, maar niet nadrukkelijker wordt gebruikt bij bestaande parkeerproblemen in Hoorn, Blokker en Zwaag.
Het college stelt dat nieuwe ontwikkelingen niet zonder meer vergelijkbaar zijn met aanvragen voor extra openbare parkeerplaatsen. Hart van Hoorn wil daarom weten welke objectieve criteria de gemeente hanteert bij het beoordelen van structurele parkeerdruk.
Menno Jas pleit voor realistisch parkeerbeleid
Raadslid Menno Jas vindt dat de gemeente niet uitsluitend moet vertrouwen op theoretische parkeernormen. “Als de gemeente op basis van daadwerkelijke tellingen van autobezit kan bepalen hoeveel parkeerplaatsen ergens nodig zijn, dan willen wij weten waarom diezelfde gegevens niet veel nadrukkelijker worden gebruikt voor de hele gemeente. Inwoners ervaren dagelijks parkeerproblemen. Dan moet je kijken naar de werkelijke behoefte in plaats van uitsluitend naar theoretische normen. Voor ons gaat het om realistisch parkeerbeleid, gebaseerd op feiten, met objectieve criteria voor iedereen.”
Zeven nieuwe vragen aan het college
Hart van Hoorn wil onder meer dat de tellingen bij gebouwdeel C openbaar worden gemaakt. Ook vraagt de fractie om actuele cijfers over het autobezit en de parkeerdruk per wijk.
Daarnaast wil de partij weten of de huidige parkeernormen nog aansluiten bij de dagelijkse praktijk en of het college bereid is periodiek gemeentebreed onderzoek uit te voeren. Volgens Hart van Hoorn moet de werkelijke parkeerbehoefte aantoonbaar worden meegewogen bij besluiten over het aanleggen, verminderen of herinrichten van parkeerplaatsen.
De fractie benadrukt dat parkeerbeleid niet alleen op papier moet kloppen, maar vooral moet aansluiten bij de dagelijkse werkelijkheid van inwoners en ondernemers.










