HOORN – Gemeenten moeten sneller werk maken van nieuwe standplaatsen voor Sinti, Roma en reizigers en actiever optreden tegen discriminatie en stigmatisering. Die oproep doet de Nationale ombudsman aan gemeentebesturen. Volgens de ombudsman is sinds een kritisch rapport uit 2017 „schokkend weinig voortgang” geboekt bij het realiseren van nieuwe standplaatsen.
De ombudsman stelt dat het discriminerende zogenoemde uitsterfbeleid inmiddels op papier is verdwenen en dat het Rijk en een deel van de gemeenten nieuw beleid hebben ontwikkeld. In de praktijk merken woonwagenbewoners daar volgens hem echter nog te weinig van.
Tussen 2022 en 2025 kwamen volgens de Herhaalmeting woonwagenstandplaatsen 2025 slechts 99 standplaatsen bij. De ombudsman benadrukt dat de overheid maatregelen moet nemen om de historische achterstelling op de woningmarkt, die mede door eerder overheidsbeleid is ontstaan, te herstellen.
Duizenden nieuwe standplaatsen nodig
Uit onderzoeken die in de publicatie ‘Volk zoals jij’ worden aangehaald, blijkt dat de behoefte aan nieuwe standplaatsen aanzienlijk groter is dan het aantal dat de afgelopen jaren daadwerkelijk werd gerealiseerd. Onderzoekers ramen de vraag op ongeveer 4.000 tot mogelijk 8.000 standplaatsen.
Ongeveer 40 procent van de gemeenten had volgens de aangehaalde herhaalmeting uitbreidingsplannen voor in totaal 1.430 plaatsen. Eerdere plannen voor 410 nieuwe plaatsen leidden uiteindelijk echter tot slechts 99 daadwerkelijk gerealiseerde standplaatsen.
De Nationale ombudsman vraagt al sinds 2017 aandacht voor het tekort. Het toenmalige beleid was volgens de ombudsman sterk gericht op het verminderen of laten verdwijnen van bestaande plaatsen. Hoewel dat beleid later veranderde, zijn volgens de organisatie nauwelijks nieuwe standplaatsen toegevoegd.
Discriminatie op meerdere terreinen
Het probleem beperkt zich volgens de ombudsman niet tot huisvesting. Sinti, Roma en reizigers zouden ook te maken krijgen met discriminatie en negatieve beeldvorming op onder meer school en de arbeidsmarkt.
Volgens de brief worden mensen soms niet als individu beoordeeld, maar op basis van negatieve beelden over de groep waartoe zij behoren. Die beeldvorming komt volgens de ombudsman zowel in de samenleving als binnen overheidsorganisaties voor. Ook zou de aandacht vanuit de overheid te vaak vooral vanuit een veiligheidsvraagstuk worden benaderd.
In ‘Volk zoals jij’ staan ervaringen van bewoners centraal. Zo vertellen woonwagenbewoners dat kinderen soms niet bij hen thuis mogen spelen en dat jongeren terughoudend kunnen worden om te vertellen dat zij op een woonwagenlocatie wonen.
Ook beschrijft de publicatie problemen bij het vinden van werk, het afsluiten van verzekeringen en het financieren van een woonwagen. De ombudsman baseert zich daarbij niet alleen op gesprekken met bewoners, maar ook op eerdere onderzoeken naar discriminatie.
Kinderen ondervinden gevolgen
De ombudsman vraagt afzonderlijk aandacht voor kinderen en jongeren. Zij kunnen volgens de organisatie al jong met discriminerende opmerkingen, onderadvisering en stagediscriminatie worden geconfronteerd.
Daarnaast merken jongeren de gevolgen van het tekort aan standplaatsen. Zij weten volgens de ombudsman dat de kans klein kan zijn dat zij later zelf een plaats krijgen. Sommige jongeren zouden daardoor langdurig bij hun ouders blijven wonen of belangrijke keuzes in hun leven uitstellen.
De publicatie stelt dat de overheid mensenrechten niet alleen moet respecteren, maar ook actief moet bevorderen. Daarbij hoort volgens de ombudsman bescherming tegen discriminatie en het beschermen van de culturele identiteit van Sinti, Roma en reizigers. Het leven in een woonwagen wordt daarbij gezien als onderdeel van die culturele identiteit.
Gemeenten moeten in actie komen
De Nationale ombudsman doet twee concrete oproepen aan gemeenten. Zij moeten gericht beleid ontwikkelen tegen discriminatie van Sinti, Roma en reizigers en voldoende standplaatsen realiseren.
Gemeenten hebben volgens de ombudsman een eigen verantwoordelijkheid om de mensenrechten van inwoners te waarborgen. Een gelegenheid om het woonwagenbeleid opnieuw vast te leggen ontstaat bij het opstellen van volkshuisvestingsprogramma’s onder de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting.
Ook het kabinet krijgt meerdere opdrachten mee. Het Rijk moet volgens de ombudsman komen met samenhangend antidiscriminatiebeleid, meer aandacht besteden aan Sinti, Roma en reizigers in de landelijke aanpak van discriminatie en racisme en bijzondere aandacht hebben voor kinderen.
Daarnaast wordt het kabinet gevraagd de gemeenschappen te erkennen als nationale minderheid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en de regie te nemen bij het oplossen van het tekort aan standplaatsen.
Ombudsman wil andere aanpak
Volgens de Nationale ombudsman is de afgelopen jaren wel veel onderzoek gedaan, maar zijn aanbevelingen nog onvoldoende omgezet in concrete maatregelen. De organisatie wil dat overheden niet alleen nieuw beleid op papier zetten, maar ervoor zorgen dat bewoners daar in het dagelijks leven daadwerkelijk iets van merken.
De ombudsman spreekt daarbij van een gebrek aan urgentie. Aandacht voor Sinti, Roma en reizigers zou volgens hem te vaak gericht zijn geweest op controle en beheersing en te weinig op het beschermen van rechten. Het vertrouwen in de overheid is daardoor volgens de ombudsman laag.

