Stadsbeeld van Hoorn met woonwijken, infrastructuur en uitbreidingsgebieden.
HOORN – Jeroen van der Veer van Sociaal Hoorn/Team Tonnaer, Chris de Meij van Hart van Hoorn en Martijn Martens van Forum voor Democratie hebben gezamenlijk een zienswijze ingediend op de ontwerpversie van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. De partijen vragen de provincie om Hoorn nadrukkelijker te positioneren als centrumstad van West-Friesland en meer ruimte te laten voor toekomstige woningbouwontwikkelingen.
Volgens de indieners bevat de ontwerpvisie verschillende positieve uitgangspunten, maar blijft onvoldoende duidelijk welke ontwikkelmogelijkheden Hoorn op langere termijn behoudt. Vooral de periode na de huidige woningbouwprogramma’s roept volgens hen vragen op.
Binnenstedelijke groei kent volgens partijen grenzen
In de zienswijze wordt benadrukt dat Hoorn de afgelopen decennia sterk is gegroeid. De stad ontwikkelde zich volgens het document van ongeveer 17.500 inwoners tot een gemeente met ruim 76.000 inwoners. Nieuwe wijken zoals de Grote Waal, Risdam, Kersenboogerd en Bangert & Oosterpolder maakten die groei mogelijk.
Nu Bangert & Oosterpolder grotendeels is voltooid, verschuift de aandacht vooral naar binnenstedelijke woningbouw. Dat gebeurt onder meer via verdichting, transformatie en herontwikkeling van bestaande locaties. Volgens de partijen is dat een logische ontwikkeling, maar zijn er ook beperkingen.
Binnenstedelijke projecten zijn volgens de zienswijze vaak complex, duurder en tijdrovender. Daarnaast kunnen zij extra druk leggen op bestaande wijken, openbare ruimte, groenvoorzieningen, parkeren en maatschappelijke voorzieningen.
Omgevingsvisie biedt volgens partijen kansen
De partijen wijzen erop dat de ontwerpvisie verschillende uitgangspunten bevat die juist ruimte kunnen bieden voor verdere ontwikkeling van Hoorn. Daarbij noemen zij onder meer voldoende woningbouw, zorgvuldig ruimtegebruik, integrale gebiedsontwikkeling, goede bereikbaarheid en samenwerking tussen overheden.
Ook wordt gewezen op passages waarin ruimte wordt genoemd voor verstedelijking in uitleglocaties langs de Westfriese corridor. Hoorn wordt daarbij expliciet genoemd als belangrijke locatie. Tegelijkertijd constateert de zienswijze dat tussen Hoorn en Hoogkarspel een groen open gebied wordt voorzien dat gevrijwaard blijft van grootschalige bebouwing. Daardoor ontstaat volgens de indieners onduidelijkheid over toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.
Verzoek om erkenning als centrumkern
Een belangrijk onderdeel van de zienswijze is het verzoek om Hoorn officieel als centrumkern binnen West-Friesland te benoemen. Volgens de partijen voldoet de stad aan de kenmerken die de provincie zelf gebruikt voor dergelijke gebieden, waaronder een belangrijk station, uitgebreide voorzieningen en een regionale functie op het gebied van onderwijs, zorg, cultuur en werkgelegenheid.
Door deze positie expliciet vast te leggen ontstaat volgens de indieners meer duidelijkheid over de toekomstige rol van Hoorn binnen de regio. Dat zou ook richting geven aan toekomstige beslissingen over woningbouw, voorzieningen en economische ontwikkeling.
Regionale samenwerking centraal
Volgens de indieners houdt de woningmarkt zich niet aan gemeentegrenzen. Veel inwoners uit omliggende gemeenten maken dagelijks gebruik van voorzieningen in Hoorn. Daarom pleiten zij ervoor dat toekomstige woningbouwontwikkelingen regionaal worden bekeken.
De partijen vragen de provincie ruimte te laten voor grensoverschrijdende gebiedsontwikkelingen tussen Hoorn en omliggende gemeenten. Volgens hen kunnen gezamenlijke projecten soms leiden tot betere ruimtelijke, maatschappelijke en financiële oplossingen dan ontwikkelingen die strikt binnen gemeentelijke grenzen plaatsvinden.
Woningbouw koppelen aan voorzieningen
De zienswijze benadrukt dat woningbouw niet los kan worden gezien van investeringen in infrastructuur en voorzieningen. Groei van de stad moet volgens de partijen samengaan met verbeteringen op het gebied van openbaar vervoer, wegen, fietsroutes, energievoorzieningen, groen, recreatie, zorg en onderwijs.
Daarnaast wordt gewezen op uitdagingen zoals netcongestie en de bereikbaarheid van de Westfriese corridor. Volgens de partijen heeft de provincie een belangrijke rol bij de regionale afstemming van dergelijke vraagstukken.
Oproep voor beleidsruimte richting 2050
De indieners vragen niet om direct een nieuwe uitbreidingslocatie aan te wijzen, maar willen dat de Omgevingsvisie voldoende beleidsruimte biedt voor toekomstige keuzes. Wanneer de binnenstedelijke mogelijkheden op termijn onvoldoende blijken, moet volgens hen onderzocht kunnen worden welke alternatieven beschikbaar zijn.
In hun slotconclusie stellen de partijen dat de woningnood een langetermijnvisie vereist. Zij vragen de provincie daarom de Omgevingsvisie zo aan te passen dat Hoorn ook richting 2050 de mogelijkheid behoudt om op een duurzame en toekomstbestendige manier verder te groeien, met behoud van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en regionale samenwerking.

