Minister Vincent Karremans wil miljarden besparen op bruggen, wegen en viaducten door extra wensen bij gemeenten neer te leggen.
DEN HAAG – Gemeenten en provincies die bij de aanleg of vervanging van bruggen, viaducten en aquaducten aanvullende wensen hebben, moeten daarvoor voortaan zelf de portemonnee trekken. Dat wil minister Vincent Karremans (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat. Het kabinet wil bovendien minder aanvullende eisen stellen en infrastructuurprojecten zoveel mogelijk standaardiseren. Volgens de minister kan daarmee 2,3 miljard euro worden bespaard.
Dat meldt De Telegraaf . Karremans wil af van de situatie waarin infrastructuurprojecten steeds duurder worden doordat tijdens de voorbereiding en uitvoering aanvullende eisen en wensen worden toegevoegd.
Met de plannen probeert het kabinet de sterk gestegen kosten van het onderhoud en de vervanging van de Nederlandse infrastructuur onder controle te krijgen. Veel bruggen, tunnels en viaducten dateren uit de jaren zestig en zeventig en naderen het einde van hun levensduur.
Geen extra’s meer op kosten van het Rijk
De minister wil dat bij nieuwe infrastructuurprojecten vaker wordt gekozen voor gestandaardiseerde ontwerpen en uitvoeringen. Dat moet voorkomen dat iedere brug of ieder viaduct opnieuw als een afzonderlijk maatwerkproject wordt ontwikkeld.
Gemeenten en provincies kunnen volgens de nieuwe koers nog steeds aanvullende wensen indienen. Wanneer deze wensen verder gaan dan de basisuitvoering die het Rijk noodzakelijk acht, moeten de betrokken overheden de extra kosten echter zelf dragen.
Dat betekent dat gemeenten en provincies bij dergelijke projecten nadrukkelijker moeten afwegen of zij bereid zijn geld beschikbaar te stellen voor aanvullende voorzieningen.
De precieze grens tussen noodzakelijke voorzieningen en extra wensen moet daarbij nog duidelijk worden. Ook is niet bekend hoe de nieuwe uitgangspunten worden toegepast op projecten waarover al afspraken zijn gemaakt.
Ook veiligheidseisen onder de loep
Naast het standaardiseren van ontwerpen wil het kabinet kritisch kijken naar aanvullende veiligheidseisen bij infrastructurele projecten. Volgens de minister kunnen opeenstapelende eisen de uitvoering aanzienlijk duurder maken.
Het verminderen van aanvullende eisen betekent niet automatisch dat wettelijke veiligheidsnormen verdwijnen. Bruggen en viaducten moeten ook onder een soberder uitvoeringsbeleid aan de geldende veiligheidseisen voldoen.
Wel ontstaat de vraag welke extra voorzieningen als noodzakelijk worden beschouwd en welke volgens het kabinet niet langer uit de rijksbegroting hoeven te worden betaald.
De minister verwacht dat de combinatie van standaardisering, minder aanvullende eisen en een andere verdeling van de kosten een besparing van 2,3 miljard euro kan opleveren. Het gaat om een beoogde besparing, niet om een bedrag dat al daadwerkelijk is gerealiseerd.
Enorme financiële tekorten
De maatregelen staan niet op zichzelf. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kampt met een omvangrijke financiële opgave. Eerder werd bekend dat over de looptijd van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds gezamenlijk ongeveer 80 miljard euro onvoldoende beschikbaar is voor alle geplande werkzaamheden en ambities.
Het kabinet heeft daarom besloten het beschikbare geld anders te verdelen. Noodzakelijk onderhoud en de vervanging van bestaande infrastructuur krijgen voorrang boven de aanleg van nieuwe wegen en andere verbindingen.
In september maakte het kabinet bekend dat tot en met 2040 in totaal 5,1 miljard euro extra wordt toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Daarvan is 1,5 miljard euro bestemd voor groot onderhoud. Daarnaast wordt jaarlijks 300 miljoen euro ingezet om de regionale bereikbaarheid te verbeteren.
Ondanks deze investeringen is er volgens Karremans onvoldoende geld om alle gewenste projecten uit te voeren. Daarom moeten keuzes worden gemaakt over welke werkzaamheden doorgaan en welke worden uitgesteld.
Gemeenten vrezen oplopende kosten
De financiële problemen spelen niet alleen bij het Rijk. Ook gemeenten en provincies hebben grote moeite om hun eigen infrastructuur te onderhouden.
Een aanzienlijk deel van de Nederlandse bruggen, viaducten en wegen is in beheer bij decentrale overheden. Veel van deze bouwwerken zijn eveneens verouderd en moeten de komende jaren worden gerenoveerd of vervangen.
Gemeenten en provincies waarschuwden eerder al dat zij onvoldoende geld hebben om deze werkzaamheden volledig uit te voeren. Daarbij spelen niet alleen de gestegen bouwkosten een rol, maar ook de steeds zwaardere belasting van bruggen en wegen.
Een brede coalitie van gemeenten, provincies en organisaties uit de vervoerssector heeft bovendien kritiek geuit op de keuze van het kabinet om vooral onderhoud en vervanging voorrang te geven. Volgens deze organisaties is ook uitbreiding van infrastructuur noodzakelijk om woningbouw en economische ontwikkeling mogelijk te maken.
Gevolgen voor West-Friesland
Ook in West-Friesland kunnen de nieuwe uitgangspunten op termijn gevolgen hebben voor infrastructurele projecten waarbij het Rijk, de provincie Noord-Holland en gemeenten samenwerken.
Denk daarbij aan de aanleg of aanpassing van verkeersverbindingen, viaducten en bruggen waarbij regionale overheden aanvullende wensen hebben op het gebied van bereikbaarheid, verkeersveiligheid of ruimtelijke inrichting.
Wanneer dergelijke voorzieningen buiten de standaarduitvoering van een rijksproject vallen, kan de rekening volgens de voorgestelde aanpak vaker bij de regio terechtkomen.
Voor projecten in West-Friesland is echter nog niet bekend of, en zo ja welke, extra kosten door gemeenten of de provincie moeten worden betaald.
Besparing of verschuiving van kosten?
De plannen roepen ook een financiële vraag op. Wanneer een gemeente zelf moet betalen voor een aanvullende voorziening, levert dat het Rijk een besparing op. Voor de totale overheid hoeft die voorziening daardoor niet goedkoper te worden.
De kosten worden in dat geval gedeeltelijk verschoven van de landelijke begroting naar de begroting van een gemeente of provincie.
Voor gemeenten met beperkte financiële reserves kan dat betekenen dat aanvullende wensen moeten worden geschrapt of dat geld moet worden vrijgemaakt ten koste van andere gemeentelijke uitgaven.
Of de aangekondigde 2,3 miljard euro volledig kan worden bespaard, hangt af van de verdere uitwerking en toepassing van de maatregelen.
Karremans wil met de nieuwe aanpak vooral voorkomen dat Nederland steeds meer geld kwijt is aan afzonderlijke infrastructurele projecten, terwijl de noodzakelijke vervanging en renovatie van bestaande wegen, bruggen en viaducten achterblijft.

