Marijke Rijk, fractievoorzitter Hoorn Centraal
HOORN – Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn heeft schriftelijk gereageerd op resterende vragen van de fractie Hoorn Centraal over de arbitrage-uitspraak van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De vragen betroffen het project rondom het stadsstrand en de aanleg van de bruggen, vallend onder de noemer ‘Familie van Bruggen’. Uit de beantwoording blijkt hoe het college terugkijkt op de gekozen contractvorm, de juridische stappen en de financiële afwikkeling van het unieke samenwerkingsproject.
Unieke meekoppelkans en ontbrekende oplevertermijnen
In reactie op de vraag waarom de gemeente geen aanspraak kon maken op vertragingsschade, benadrukt het college dat het stadsstrand geen standaardproject was. Er sprake van een unieke meekoppelkans in combinatie met de grootschalige dijkversterking van het waterschap, waarbij de planning van de dijkversterking leidend was. Hierdoor is gekozen voor een aanneemcontract met een resultaatverplichting waarin bewust geen bindende oplevertermijnen zijn opgenomen.
Omtrent het eerdere schikkingsvoorstel van 600.000 euro dat door HHNK werd afgewezen — terwijl uiteindelijk via arbitrage een bedrag van ruim 178.500 euro werd toegewezen — stelt het college dat hiermee een langdurig en kostbaar juridisch traject geprobeerd is te voorkomen. Uiteindelijk dwong een kort geding de hervatting van de werkzaamheden af, waarna beide partijen het geschil aan de Raad van Arbitrage voorlegden. De gemaakte kosten konden volledig worden opgevangen binnen het reeds door de raad beschikbaar gestelde projectbudget, zonder dat dit ten koste ging van andere onderdelen.
Lessen voor de toekomst en definitieve afsluiting
Het college is van oordeel dat de belangen van de gemeente goed zijn geborgd, aangezien het stadsstrand en de bruggen binnen budget en conform de verwachtingen van inwoners zijn opgeleverd. Als belangrijkste leerpunt noemt het bestuur dat bij onoverbrugbare verschillen met een andere overheid het durven inschakelen van een onafhankelijke derde duidelijkheid schept en schade aan relaties voorkomt.
Hoewel HHNK na de uitspraak nog tevergeefs een herstelverzoek indiende, beschouwt het college van Hoorn het dossier inmiddels als definitief afgesloten. Partijen hadden vooraf contractueel vastgelegd zich neer te leggen bij de uitspraak van de Raad van Arbitrage en niet in hoger beroep te gaan.

