ZWAAG – De 42-jarige dansleraar Kurt F. uit Zwaag is donderdag 22 oktober door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar wegens ontucht met twee minderjarige leerlingen. Daarnaast mag hij gedurende vijf jaar geen dansles geven aan minderjarigen en moet hij schadevergoedingen betalen aan de slachtoffers. De man kreeg in 2023 van de rechtbank Noord-Holland nog drie jaar gevangenisstraf opgelegd.
Seksueel misbruik tussen 2012 en 2015
Volgens het gerechtshof heeft de dansleraar tussen 2012 en 2015 seksuele handelingen verricht met twee minderjarige meisjes aan wie hij lesgaf. De slachtoffers bevonden zich destijds in een kwetsbare levensfase. Door zijn handelen heeft de man volgens de rechters ernstig inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit.
De twee slachtoffers deden in 2022 aangifte. De dansleraar heeft de beschuldigingen vanaf het begin stellig ontkend. Ook tijdens de behandeling van het hoger beroep hield hij vol dat hij zich niet aan de strafbare feiten schuldig had gemaakt.
Het gerechtshof komt echter tot de conclusie dat de ontucht wettig en overtuigend is bewezen.
Verklaringen ondersteund door bewijsmateriaal
De rechters beschouwen de verklaringen van beide slachtoffers als betrouwbaar. Daarbij speelt een belangrijke rol dat de vrouwen gedetailleerd hebben verklaard over wat hun is overkomen. Ook hebben zij volgens het hof duidelijk aangegeven welke gebeurtenissen zij zich nog wel en welke zij zich niet meer konden herinneren.
De verklaringen worden bovendien ondersteund door ander bewijsmateriaal. Bij een van de slachtoffers gaat het onder meer om een hotelreservering. Bij het andere slachtoffer zijn brieven uit 2013 als ondersteunend bewijs gebruikt.
Daarnaast heeft het hof chatgesprekken meegewogen die dateren van geruime tijd voordat de vrouwen aangifte deden. De twee aangiften ondersteunen elkaar volgens de rechters op belangrijke onderdelen.
Geen verantwoordelijkheid genomen
Bij het bepalen van de straf rekent het gerechtshof de dansleraar zwaar aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Volgens de rechters heeft hij evenmin medeleven getoond met de slachtoffers.
In plaats daarvan verweet hij de vrouwen dat zij hem vals beschuldigden en daarmee zijn leven zouden ruïneren. Het hof oordeelt dat de man zichzelf daarmee als slachtoffer heeft gepresenteerd.
Het gerechtshof achtte aanvankelijk een gevangenisstraf van 34 maanden passend. Omdat de strafzaak niet binnen een redelijke termijn is afgehandeld, is de straf met vier maanden verminderd. Daarmee komt de uiteindelijke gevangenisstraf uit op 30 maanden, oftewel tweeënhalf jaar.
Vijf jaar geen dansles aan minderjarigen
Naast de gevangenisstraf legt het gerechtshof een beroepsverbod van vijf jaar op. Gedurende die periode mag Kurt F. niet als dansleraar aan minderjarigen werken.
De rechters vinden dat noodzakelijk omdat de man heeft aangegeven in de toekomst mogelijk opnieuw dansles aan minderjarigen te willen geven. Volgens het hof zou dat een onaanvaardbaar risico opleveren voor minderjarige meisjes.
De periode waarin de man in de gevangenis verblijft, telt niet mee voor de duur van het beroepsverbod.
Het hof heeft geen bijzondere voorwaarden opgelegd die onmiddellijk ingaan. Ook de reclassering zag daarvoor geen aanleiding.
Eerdere fout rond beroepsverbod
De zaak kwam vorige maand opnieuw in de belangstelling nadat bekend werd dat de rechtbank Noord-Holland in 2023 een juridische fout had gemaakt.
De rechtbank veroordeelde de dansleraar destijds tot drie jaar gevangenisstraf en een beroepsverbod van vijf jaar. Daarbij werd bepaald dat het beroepsverbod onmiddellijk moest ingaan, ook wanneer de man hoger beroep zou instellen.
Dat bleek wettelijk niet mogelijk. Een dergelijk beroepsverbod kan pas worden uitgevoerd wanneer de uitspraak definitief is geworden. Omdat de dansleraar in hoger beroep ging, kon hij zijn werkzaamheden blijven uitvoeren.
De rechtbank erkende de fout en betreurde ook dat de slachtoffers destijds onvoldoende over de gevolgen waren geïnformeerd.
Met de uitspraak van donderdag bevestigt het gerechtshof dat de dansleraar zich schuldig heeft gemaakt aan ontucht met beide minderjarige leerlingen. Het beroepsverbod kan pas worden uitgevoerd zodra de veroordeling onherroepelijk is.








